Het Nederlandse minimumloon is ook in 2025 weer verder opgelopen. Gemiddeld kwam het wettelijk minimum voor werknemers van 21 jaar en ouder uit op 14,23 euro per uur, een stijging van maar liefst 33,2 procent vergeleken met 2020. Daarmee ging de ondergrens van de arbeidsmarkt harder omhoog dan de cao lonen en zelfs sneller dan de inflatie. Op hetzelfde moment werd de groep werknemers met een minimumloonbaan juist iets kleiner, al blijft die nog altijd fors van omvang.
Onderkant arbeidsmarkt blijft onder druk
Volgens cijfers van het CBS ging het in 2025 om ongeveer 610.000 banen op minimumloonniveau. Dat is 6,7 procent van alle banen en net iets minder dan een jaar eerder. In de eerste helft van 2025 lag het bruto minimumloon op 14,06 euro per uur. In de tweede helft van het jaar ging het minimumloon omhoog naar 14,40 euro per uur. Vooral januari 2023 springt eruit. In die maand werd het minimumloon met 10,15 procent verhoogd, waaronder een bijzondere verhoging van 8,05 procent. Die beweging past in de afspraken uit het regeerakkoord van 2021, waarin het verhogen van het minimumloon expliciet werd ingezet om werken aantrekkelijker te maken. Door de uitzonderlijk hoge inflatie is uiteindelijk gekozen voor een snellere correctie dan eerder voor de hand lag. Dat zie je terug in de cijfers.
Jongeren, deeltijders en flexwerkers blijven oververtegenwoordigd
Wie het minimumloon verdienen is intussen vrij herkenbaar. Vrouwen zijn licht oververtegenwoordigd, met 311.000 minimumloonbanen tegenover 300.000 bij de mannen. Relatief gaat het om 7 procent van alle werkende vrouwen en 6,3 procent van de mannen. Dat verschil hangt vermoedelijk samen met het grote aandeel deeltijdwerk onder vrouwen.
Ook jongeren blijven sterk aanwezig in deze groep. Van alle banen onder 20 tot 25 jarigen wordt 16 procent tegen minimumloon betaald. Daarmee vormt deze leeftijdscategorie nog altijd de grootste groep minimumloonverdieners. Bij werknemers tussen 30 en 65 jaar ligt dat aandeel met 5 procent duidelijk lager.
Verder valt op dat deeltijders veel vaker op het minimumloon uitkomen dan voltijders, 8 procent tegen 4 procent. Zeven op de tien minimumloonbanen zijn zelfs in handen van mensen die parttime werken. Bij flexwerkers is het verschil nog scherper. Ongeveer 13 procent van de werknemers met een flexibel contract verdient het minimumloon, tegenover 3 procent van de werknemers met een vast contract.
Qua sectoren zitten de zwaartepunten vooral in de handel en de uitzendbranche. In absolute aantallen werken de meeste minimumloonverdieners in de handel, 159.000, gevolgd door uitzendbureaus met 139.000. Samen zijn die goed voor grofweg de helft van alle minimumloonbanen. Relatief gezien ligt het aandeel minimumloon het hoogst bij uitzendbureaus, 20 procent, en in de horeca, 16 procent. Dat is niet echt een verrassing, gezien de hoge doorstroom en het grote aandeel flexibele contracten in juist die sectoren.
In Europees perspectief staat Nederland stevig in de bovenste regionen. Alleen Luxemburg en Ierland kennen een hoger minimumloon, omgerekend naar een maandbedrag bij een 36-urige werkweek. Toch is Nederland geen uitschieter als het gaat om het tempo van verhogen. In veertien andere EU landen steeg het minimumloon de afgelopen vijf jaar sterker dan hier.

Reacties
Er zijn bij dit artikel nog geen reacties geplaatst